Hallo daar

Ik verwacht niet dat jullie mij nog kennen. Ik verwacht niet dat jullie de weg hierheen nog vinden – dat zou enkel stom zijn. Ik zeg gewoon voor het geval je er toch bent: hallo. Een jaar en een paar maanden geleden stopte ik met schrijven hier, geen idee waarom, maar het gebeurde. Ondertussen ging ik van dertien naar vijftien en nu ben ik hier terug.

Vandaag regende het, ook al is het zomer en zou de zon moeten schijnen, zou ik moeten sterven van hitte en zou ik andere dingen moeten doen dan puur uit verveling een half seizoen van Gossip Girl kijken. Vandaag ben ik mijn bed zo goed als niet uit geweest en dat haat ik. Het is zomer – het seizoen van het plezier, de liefde, spijt komt in de herfst! Maar ik wacht. Op het weer. Op mensen. Ik weet niet waarop, maar ik doe het wel. Als het er is zal ik het weten… hoop ik. Als het maar ooit komt.

Met de ‘n’ van positief

Ik vind het steeds moeilijker en moeilijker een blogje te plaatsen. Kan ik het dan echt niet volhouden? Dat is redelijk… onnozel, als je het mij vraagt. Als je me zou kennen (of zou leren kennen, want daar is deze blog voor!), zou je weten dat ik hier geen problemen mee hoor te hebben. Ik schrijf op alles wat ook maar enigzins vlak is. Waar de inkt uit mijn pen op achterblijft, de vage lijnen van mijn potlood zichtbaar blijven.
Er zijn misschien wel duizenden redenen, die gaan van het feit dat ik alle layouts op wordpress haat (of er in ieder geval een hekel aan heb), dat ik het meest oninteressante leven heb in het noordelijk halfrond of dat ik moet leren voor school.
Humpf, uitvluchten.
Het meest oninteressante leven? Ik kan er wel een paar aanduiden die echt helemaal géén leven hebben als je er naar vraagt.
Leren? Ik heb net mijn rapport teruggekregen, en ik had een ‘positieve opmerking’. Dat is niet goed, dat is héél goed. En ik heb misschien tien minuten meer geleerd dan dat ik vorig trimester deed.
En dan die layouts? Als ik me daar aan erger, hoe onverdraagzaam ben ik dan? Toch zoek ik nu al naar andere site’s waar je wél je eigen layout kan maken. Ik denk aan web-log, maar daar staat zo’n verdomd irriterend balkje vanboven. En zo is er altijd wel iets.
Geld, geld, geld. Dat moeten de mensen hebben. Niets anders. Geld maakt gelukkig.
Kuch.
Ach, ik stop met zeuren, ga schrijven aan mijn verhaal en een andere site zoeken waar de nieuwe ‘whispering’ op onstaat.
Tja, lang heb ik het niet volggehouden hier, hè?

Stress, stress, stress

Soms wil ik gewoon een keertje weg kunnen gaan. Weg van alles. Op school wil ik weg van school, maar eenmaal thuis wil ik daar weg. En ik verlang de laatste tijd gewoon zó naar een plek waar alles wél goed gaat, waar ik kan doen wat ik wil, waar ik niet de hele tijd moet opletten of gestoord wordt. Zoiets als je in je bed ligt, met je deken over je heen, je zaklamp en een boek. Dat gevoel. Dat veilige gevoel dat je in een cocon zit, omgeven door rust.

Maar ik vind het nergens meer, ik vind geen rust meer. Ik voel me opgejaagd en opgelosloten, en dat wil ik niet meer… Maar wat doe je eraan?

Wat doen jullie om even te ontsnappen aan het leven van alledag? Ik ben bang dat ik overstresst ben, haha.

Je t’aime

Jullie inspireren me.

Als ik jullie posts lees heb ik spontaan zin om ook te posten. Als ik jullie layouts zie, krijg ik zin om te bewerken, of om opnieuw te gaan bloggen. Als ik jullie gedachten lees, kan ik wel honderd pagina’s verder geraken aan mijn verhaal.

Dus… bedankt.

Ver weg

Ik schiet de laatste tijd wel vaker in de stress, en dat heeft altijd dezelfde reden: een komende toets. Ik wilde dat ik nog in de peuterklas zat en in het speeltuintje kon spelen, slapen wanneer ik dat wilde en klasgenootjes irriteren. Nee, zo’n evil peuter was ik niet. Denk ik…

Ik vind het jammer dat herinneringen vervagen. Want hoe je ook je best doet ze te onthouden – vervagen doen ze. Je kan het opschrijven, maar als je de woorden leest, zal je in het beste geval enkel denken: hé ja!
De woorden zullen leeg zijn, je kan geen exacte beelden meer oproepen.
Onlangs ben ik zo’n herinnering kwijtgeraakt. Het was een zomer, en ik was nog jong. Ik zwom nog met zwembandjes aan. Alles was nog oké.
Mijn tante en haar drie kinderen waren op visite, en omdat het mooi weer was, gingen we zwemmen. Ik weet nog dat tante bij één van haar kinderen stond vlak voor die in het water zou gaan. Mijn broertje stond erachter. Denk ik…
En dat is het hem: ik weet niet meer welk kind het was, mijn nicht, neefje of neef, of mijn broertje daar nu echt stond en welk kleur badpak tante aanhad. Terwijl ik me dat gewoon heel goed kon voorstellen, nog geen halfjaar geleden.
Die herinnering zit al in mijn hoofd sinds het gebeurt is, en steeds gingen stukjes ervandoor. Ik vergat details die ik de dag daarvoor nog glashelder zag.
Ik vind het jammer dat er van de herinnering niet veel meer over is dan alleen een skelet…

Zomers lang

Een stafkaart, een mobiel en coördinaten. En af en toe een tip. Op de fiets en wegwezen.

We kregen de eerste coördinaten doorge-sms’t, dus namen we de kaart erbij en keken waar we moesten zijn. Daar, aan het treinspoor. Op de fieten en weg.
We vonden wat we moesten vinden, kregen nieuwe coördinaten. En nieuwe. En nieuwe. En toen, tijdens die dag op de fiets, leerde ik voor het eerst in de elf/twaalf jaar dat ik er woon, mijn dorpje kennen. Het was geen doods gehucht zonder iets interessants. Ik kwam de meest wonderbare plekjes tegen. Nieuwe plaatsen vol nieuwe dromen die nooit zullen uitkomen omdat ik de weg erheen vergeten ben… Maar ooit ontdek ik hem weer, en dan blijft hij zitten, voor altijd.
Niet alleen nieuwe plekken kwam ik tegen, ik herontdekte plaatsen. Weggetjes tussen de velden met maïs en koren. Herinneringen over lange wandeltochten in gonzende, lange zomers. Een klein meisje aan de hand van haar vader, toen alles nog oké was. Toen er niets fout kon gaan. Toen er alleen die zomers waren, toen ik van niets ooit afscheid had moeten nemen. Alleen het koren, de uitgedroogde aarde, het witte kasteel. De brandende zon.