Ik schiet de laatste tijd wel vaker in de stress, en dat heeft altijd dezelfde reden: een komende toets. Ik wilde dat ik nog in de peuterklas zat en in het speeltuintje kon spelen, slapen wanneer ik dat wilde en klasgenootjes irriteren. Nee, zo’n evil peuter was ik niet. Denk ik…
Ik vind het jammer dat herinneringen vervagen. Want hoe je ook je best doet ze te onthouden – vervagen doen ze. Je kan het opschrijven, maar als je de woorden leest, zal je in het beste geval enkel denken: hé ja!
De woorden zullen leeg zijn, je kan geen exacte beelden meer oproepen.
Onlangs ben ik zo’n herinnering kwijtgeraakt. Het was een zomer, en ik was nog jong. Ik zwom nog met zwembandjes aan. Alles was nog oké.
Mijn tante en haar drie kinderen waren op visite, en omdat het mooi weer was, gingen we zwemmen. Ik weet nog dat tante bij één van haar kinderen stond vlak voor die in het water zou gaan. Mijn broertje stond erachter. Denk ik…
En dat is het hem: ik weet niet meer welk kind het was, mijn nicht, neefje of neef, of mijn broertje daar nu echt stond en welk kleur badpak tante aanhad. Terwijl ik me dat gewoon heel goed kon voorstellen, nog geen halfjaar geleden.
Die herinnering zit al in mijn hoofd sinds het gebeurt is, en steeds gingen stukjes ervandoor. Ik vergat details die ik de dag daarvoor nog glashelder zag.
Ik vind het jammer dat er van de herinnering niet veel meer over is dan alleen een skelet…